Stanislav Kochanovsky dirigeert tweemaal Francesca da Rimini

Ary Scheffer - 1855- The Ghosts of Paolo and Francesca appear to Dante and Virgil

Liefde in de duisternis… De Russische sterdirigent Stanislav Kochanovsky opent het NTR ZaterdagMatineeseizoen op 14 september met Tsjaikovski’s ‘symfonische fantasie’ Francesca da Rimini en de gelijknamige opera van Rachmaninov. Voor de zangers, met Maria Bayankina als titelheldin, heeft het Russisch geen geheimen. Maar Kochanovsky zal bewijzen: ook Tsjaikovski’s orkestmuziek ‘zingt’.

 

Rachmaninov was óók een man van de opera

Ooit leek het makkelijk: Tsjaikovski was de operacomponist bij uitstek, en Rachmaninov een typische componerende pianist die vooral voor zijn eigen instrument schreef. Helemaal onzin is dat onderscheid niet, maar toch ook bezijden de waarheid.

 

Na de revolutie van 1917 had Sergej Rachmaninov zijn geliefde Rusland en al zijn bezittingen moeten achterlaten. Als rondreizend concertvirtuoos kon hij her en der nog zijn brood verdienen, maar liederen, waarvan hij er tientallen had gecomponeerd, schreef hij na zijn vertrek überhaupt niet meer. Dat was wellicht omdat zijn liedstijl te sterk verbonden was met de Russische aristocratische atmosfeer waarin zijn lied-oeuvre ontstond. En ook het operaschrijven hield hij al vroeg in zijn carrière voor gezien: de Russische taal en cultuur waarin hij dacht en leefde vormden een belemmering voor de meeste operagezelschappen in het Westen.

 

Rachmaninovs drie opera’s

Toch gaat de simpele constatering dat Rachmaninov bovenal een pianocomponist was voorbij aan het feit dat hij ooit werd gevierd als operadirigent in het Bolsjoj theater in Moskou. Bovendien was niemand minder dan Tsjaikovski zo enthousiast over Aleko van zijn nog piepjonge collega, dat hij voorstelde het stuk voortaan op één avond met zijn eigen eenakter Iolanta te programmeren.

 

Tussen 1892 en 1905 schreef Rachmaninov drie opera’s: na Aleko nog De gierige ridder en Francesca da Rimini. De drie werken hebben helaas niet echt repertoire gehouden. Meer dan één recensent heeft geroepen dat Rachmaninovs opera’s ‘weinig muziek’ zouden bevatten. Lees: er zijn weinig losse aria’s, en nog minder echte ‘meezingers’.

 

Francesca da Rimini

Rachmaninovs laatste opera Francesca da Rimini groeide, zelfs al lag de componist onophoudelijk in de clinch met zijn librettist Modest Tsjaikovski, uit tot een zeer geslaagde, bijna symfonisch gevormde mini-opera in twee taferelen. Het werk vertelt als in een flashback de geschiedenis die Dante beschreef in zijn Divina commedia: het verhaal van de geliefden Francesca en Paolo die in de ‘tweede ring van de hel’ zijn beland nadat Francesca’s wettige echtgenoot (Paolo’s mismaakte broer) hen heeft betrapt en vermoord.

 

In het tweede tafereel – nog steeds in flashback – leest Paolo het ‘King Arthur’-verhaal van Lancelot en Guinevere voor – een episode waarmee hij aan hun eigen verboden liefde refereert. Maar hij breekt af op het moment dat dezen elkaar omhelzen. “Huil niet, Paolo”, zingt Francesca dan: ze mogen dan in deze wereld niet bij elkaar zijn, het aardse lijden duurt niet lang. Langzaam stijgt haar melodie tot in hemelse hoogten. De melodische stijl wijkt niet wezenlijk af van die in de vermaarde Tweede symfonie. Dat werk schreef Rachmaninov korte tijd later in Dresden, nadat maandenlange stakingen van zangers en musici in het Bolsjoj – een nasleep van de éérste revolutie van 1905 – hem het werken in Moskou tijdelijk onmogelijk hadden gemaakt.

 

Menselijk drama

De twee scènes worden omgeven door een even angstaanjagende als erotisch geladen proloog en epiloog die zich afspelen in de eerste ring van Dantes hel. Dáár heeft Rachmaninov het vak ‘afgekeken’ van Tsjaikovski, die een generatie ouder was dan hij. Ook Tsjaikovski liet zich door Dantes helse vertelling inspireren. In zijn symfonische ‘fantasie-ouverture’ hoor je het tot waanzin neigende drama, de wervelingen van Dantes ringen van de hel en bovenal: een menselijke tragedie. Hoewel in Tsjaikovski’s werk geen woord gezongen wordt, zijn de melodieën volledig vocaal gedacht. Je zou het een mini-opera voor orkest kunnen noemen.

 

Bestel nu uw kaarten voor 14 september!

Rachmaninov en Tsjaikovski: Francesca da Rimini 

NTR ZaterdagMatinee 14 september 2019. 14.15 uur

Concertgebouw, Amsterdam

Radio Filharmonisch Orkest
Groot Omroepkoor

Stanislav Kochanovsky, dirigent
Benjamin Goodson, koordirigent

Francesca da Rimini: Maria Bayankina, sopraan
Paolo Malatesta: Oleg Dolgov, tenor
Dante: Dmitry Golovnin, tenor
Lanciotto Malatesta: Vladislav Sulimsky, bariton
Geest van Vergilius: Mikhail Kolelishvili, bas

 

Tsjaikovski - Francesca da Rimini
Rachmaninov - Francesca da Rimini
 

 

Deel dit artikel