Roussels laatste twee symfonieën

De in 1869 geboren componist Albert Roussel kwam niet uit Parijs of het zonnige Zuiden, maar uit het Frans-Vlaamse grensgebied rond Rijssel, net als Edouard Lalo voor, en Henri Dutilleux na hem. Hij had befaamde leerlingen als Edgard Varèse, Erik Satie en Bohuslav Martinů. Zijn eigen muziek geraakte echter ten onrechte tussen wal en schip. In maart, in de twee laatste van vier Roussel-concerten, klinken in het AVROTROS Vrijdagconcert zijn Derde en Vierde symfonie. Beide werden begin jaren dertig geschreven.

 

Tijdgenoot van Debussy en Ravel

De in het Noord-Franse Tourcoing (tegen de Belgische grens) geboren Albert Roussel (1869-1937) was een tijdgenoot van Claude Debussy en Maurice Ravel. Hoewel zijn vroege werk nog raakvlakken heeft met hun oeuvre, sloeg hij uiteindelijk een andere richting in. Zo is het omvangrijke Évocations (1910-1911) – het stuk klonk al in het begin van dit seizoen – wel geïnspireerd door een reis naar India, maar Roussel drukt zijn bewondering voor de andere cultuur niet uit in de quasi-oriëntaalse klanken die in Frankrijk en ver daarbuiten lange tijd in de mode waren. Hij maakte gebruik van Hindoe-toonladders, en was daarmee een trait-d’union tussen Debussy en Messiaen.

 

Ervaring op zee

Roussel begon relatief laat aan zijn muzikale loopbaan. Tussen zijn eerste en tiende verjaardag overleden zijn ouders én zijn grootouders. Zijn overgrootvader – de burgemeester van de stad – trad op als voogd, maar die overleed in 1879, waarna de jongen in het gezin van een oudtante belandde. Met hulp van een plaatselijke organist maakte hij kennis met de muziek, en vanaf zijn vijftiende kreeg hij in Parijs pianolessen van de organist van de toen nog jonge kerk St Ambroise. Toen gooide Roussel het roer om. Op zijn achttiende doorliep hij een crash-opleiding aan de zeevaartschool en vertrok hij voor zeven jaar naar zee. Hij voer meermalen op het Nabije en Verre Oosten.

 

Componist aan zee

In 1894 zwaaide Roussel af en keerde terug naar Parijs om te studeren bij Vincent d’Indy aan de Schola Cantorum. Hij werd er docent contrapunt (de techniek van het meerstemmig componeren) en vierde vanaf 1903 zijn eerste grote triomfen als componist. Na de Eerste Wereldoorlog, waarin hij diende als transportofficier in Champagne en Verdun, vertrok Roussel naar Cap Brun aan de Middellandse Zee. Maar het Noorden bleef trekken, en vanaf 1920 vestigde hij zich nabij Dieppe, bij de Normandische krijtkust van Varengeville. Daar schreef hij onder andere zijn laatste en ruigste twee van zijn in totaal vier symfonieën.

 

Albert Roussel

27 maart: Derde symfonie

De Derde symfonie schreef Roussel in 1930 voor de vijftigste verjaardag van het Boston Symphony Orchestra van dirigent Serge Koussevitzky. Anders dan de Psalmensymfonie die Igor Stravinsky voor dezelfde gelegenheid schreef, heeft Roussels relatief late werk niet echt repertoire gehouden. Je kunt daar wel redenen voor bedenken: het ontbeert de impressionistische lieflijkheid van Debussy, de lichtheid van Ravel en het heldere neoclassicisme van Stravinsky en Poulenc. Maar wie de vooroordelen – hoe Franse muziek ‘Frans’ zou moeten klinken – opzij zet, hoort een heerlijk levendig, soms lichtvoetig speels en dansant en bovenal kleurrijk werk; de exuberante opening doet al meteen verlangen naar méér. In dit concert is het werk niet zomaar gecombineerd met Mozart – even sterk in zijn ogenschijnlijke lichtheid. Het Radio Filharmonisch Orkest, dirigent Otto Tausk en pianist Ronald Brautigam openen het concert met Métaboles van Henri Dutilleux, die net als Roussel uit het uiterste Noorden van Frankrijk afkomstig was. In het laatste deel (‘Flamboyant’) spatten de kleuren er van af.

 

6 maart: Vierde symfonie

Wie Wikipedia raadpleegt om iets te leren over de symfonieën van Roussel, ontdekt wat informatie in het Frans, Japans en Nederlands, maar niet meer dan summiere beschrijvingen. Het geeft een beetje aan, hoe zeer zijn werk in vergetelheid geraakt is. Krachtige ritmes, hoekige maar uiterst rijke melodieën, spannende samenklanken en een vindingrijk contrapunt typeren de Vierde symfonie – een heerlijke combinatie met Beethovens Keizersconcert en Stravinsky ballet Petroesjka. Heerlijk levendige muziek om in het hart te sluiten!

 

vrijdag 6 maart 2020

TivoliVredenburg, Utrecht

Noord Nederlands Orkest
James Judd dirigent
Jean-Efflam Bavouzet piano

Roussel Vierde symfonie
Beethoven Vijfde pianoconcert ‘Keizer’
Stravinsky Petroesjka

Bestel kaarten

 

vrijdag 27 maart 2020

TivoliVredenburg, Utrecht

Radio Filharmonisch Orkest
Otto Tausk dirigent
Ronald Brautigam piano

Dutilleux Métaboles
Mozart Pianoconcert KV 466
Mozart Ouverture KV 311a in Bes ‘Parijse’
Roussel Derde symfonie

Bestel kaarten

 

 

Deel dit artikel