Een vroege Oestvolskaja

Galina Oestvolskaja

Op 12 januari 2019 speelt het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Vasily Petrenko in de NTR ZaterdagMatinee de Nederlandse première van Galina Oestvolskaja’s De droom van Stepan Razin. Hoe de onverzettelijke, eigengereide componiste zich staande hield in Stalins nadagen...

 

Moeder is kraandrijver

“Moeder is kraandrijver” – het was een van de eerste zinnen van de taalmethode ‘Russisch voor iedereen’ waarmee ooit ontelbare nieuwbakken studenten buiten de Sovjet-Unie kennis maakten met de taal van het wereldproletariaat. Voor ons ogenschijnlijke mannenberoepen waren in het ‘arbeidersparadijs’ voor iedereen toegankelijk. Maar... componist?

 

Oestvolskaja’s isolement

Slechts weinig vrouwelijke componisten uit Rusland zijn internationaal doorgebroken. Goebaidoelina, Firsova, Auerbach, Oestvolskaja – wie er nog vier kan noemen is een crack op dit gebied. De oudste van dit viertal is Galina Oestvolskaja (1919-2006). Zij werd geboren in Petrograd, woonde en werkte in Leningrad en overleed in St. Petersburg, zonder de geboortegrond van Lenins arbeidersrevolutie en sovjetrepressie ooit echt te verlaten. In WO II werd zij geëvacueerd uit de belegerde stad, en na de val van het Sovjetrijk was zij te gast in Amsterdam en daarna in onder meer Keulen en Bern. Maar Petersburg blééf haar stad. Zij woonde er in een piepklein appartement en sloot zich zo veel mogelijk af van de buitenwereld, wees interviews bijna altijd af en verafschuwde iedere analyse van haar muziek.

 

Oestvolskaja en Sjostakovitsj (en niet andersom)

Haar compromisloze benadering van het vak maakte haar leven niet gemakkelijk. Om geld te verdienen gaf ze decennialang compositieles op de muziekhogeschool (“je moet toch eten”), maar weinig van haar leerlingen achtte zij de moeite van het herinneren waard. Haar leraar Dmitri Sjostakovitsj was in haar ogen hooguit een B-componist. Sterker nog: hoe fraai de verhalen ook zijn – hij zou haar door dik en dun gesteund hebben – de werkelijkheid was, althans volgens Oestvolskaja, anders. Op het moment dat zij, net als Sjostakovitsj, in 1948 van ‘formalisme’ beschuldigd werd, tegelijkertijd het meest vage en meest gevaarlijke etiket dat een componist kon worden opgeplakt, en haar ontslag werd aangezegd, nam alleen zijn collega Maximilian Steinberg het voor haar op. Niet Sjostakovitsj. Die vertrok naar de gang om een sigaretje op te steken.

 

De relatie Sjostakovitsj/Oestvolskaja, leraar/leerling, is een merkwaardige. Sjostakovitsj overlegde haar zijn manuscripten, vroeg hulp als hij ergens twijfelde, citeerde thema’s uit haar composities in zijn eigen werk. “Niet jij bent door mij beïnvloed, maar ik door jou,” aldus Dmitri Dmitrijevitsj. “Een ogenschijnlijk eminente figuur als Sjostakovitsj was voor mij helemaal niet eminent, in tegendeel, hij drukte op mijn leven en doodde mijn beste gevoelens,” schreef Galina in een vernietigend briefje in 1994. Zij kón niet anders dan in het openbaar een goede verstandhouding veinzen met de belangrijkste componist van communistisch Rusland – dat is de teneur van veel van haar latere uitspraken.

 

Componeren om te blijven leven

Zich onversaagd staande houdend componeerde Oestvolskaja, ondanks krappe financiën, vanaf midden jaren zestig zoals zij wilde. Zij bekommerde zich niet om de publieksvriendelijkheid die de machthebbers verordonneerden en liet zich in plaats daarvan door een diepe spiritualiteit inspireren. Haar zes pianosonates en haar ensemblewerken zijn onwaarschijnlijk non-conformistisch.

 

In de eerste jaren na de oorlog schreef Oestvolskaja tóch een paar officiële meejuichers. Titels als Vuur op de steppen en Dageraad over het vaderland spreken boekdelen. En net als Sjostakovitsj schreef zij in die dagen muziek voor de filmindustrie. Zij kon niet anders: zij werkte niet op de grens van ‘begrepen’ en ‘geliefd’, maar op de grens van leven en dood.

 

De droom van Stepan Razin

De droom van Stepan Razin, dat zaterdag 12 januari 2019 zijn Nederlandse première beleeft, componeerde Oestvolskaja onder deze onmogelijke omstandigheden, in 1948. Als tekst koos zij een variant van een negentiende-eeuws ‘volkslied’ over de zeventiende-eeuwse kozakkenleider Stepan Razin die het opnam tegen de tsaar – hij moest zijn waagstuk uiteindelijk bekopen met de dood; hoe ideaal anti-feodaal kun je je thema kiezen.

 

Met de opening met flageoletten, tremolo’s en hobosolo lijkt Oestvolskaja even aan Borodins Steppen van Centraal-Azië te refereren, maar binnen het toegestane, deels folkloristische idioom zoekt zij toch de grenzen op. De tekst redde de compositie aanvankelijk. Het werk klonk in 1949 tweemaal in de Grote Zaal van de Filharmonie van Leningrad en werd zelfs voorgedragen voor een Stalinprijs, de hoogst denkbare onderscheiding. Daarna verdween het van de podia. Oestvolskaja zelf zag deze muziek net als andere ‘verplichte’ nummers niet graag op haar werkenlijst en hoopte dat de partituur zou kunnen worden vernietigd.

 

Een gedrukte compositie – hoe onwaarschijnlijk klein de oplagen in Rusland soms ook waren – verdwijnt echter niet zomaar, en het blijft bijzonder zo’n vroege Oestvolskaja te kunnen horen. Maar: hoe sjostakovitsjiaans deze muziek soms ook is, Sjostakovitsj klinkt misschien ook een beetje oestvolskajesk...

 

NTR ZaterdagMatinee, 12 januari 2019, 14.15 uur

klik hier voor kaarten en meer informatie

Radio Filharmonisch Orkest
Vasily Petrenko dirigent
Alina Ibragimova viool
Anatoli Sivko bas

Oestvolskaja De droom van Stepan Razin
Sjostakovitsj Tweede vioolconcert
Brahms Eerste symfonie

 

Deel dit artikel