OPEN PODIUM - Joshua Huang ontmoet cellist Johannes Moser

Perfectie is een mythe

 - Joshua Huang, cellostudent van GLOBE ontmoet de bekende cellist Johannes Moser

 

Door Ewa Maria Wagner (foto's Esther de Bruijn)

 

Veel jonge mensen in Nederland volgen gepassioneerd muzieklessen. Velen van hen dromen van een grote carrière op de grote podia in de wereld. Maar voordat je dat kunt, moet je ergens beginnen. Het RFO maakt voor deze jonge mensen een kijkje achter de schermen mogelijk. Wat betekent het om op het podium met een orkest te soleren? En hoe ziet het leven van een bekende musicus er uit? En wat is echt belangrijk om al op jonge leeftijd te weten?

 

Muziek en wiskunde

Joshua Huang (13) is in Taipei / Taiwan geboren maar sinds zes jaar woont hij samen met zijn moeder Genie en zijn jongere broer Yu-ning in Hilversum. Dagelijks bezoekt hij het Elan College in Bussum, waar jongeren met autisme in het voortgezet onderwijs geholpen worden. Joshua heeft twee passies die zijn leven bepalen: muziek en wiskunde.

‘Getallen en rekenen ordenen mijn gedachten, van muziek word ik rustig,’ zegt hij zelf. Op zijn vierde speelde hij al liedjes op de piano, sinds twee en half jaar studeert hij cello bij Sanne Bijker, docente bij Muziekschool Globe in Hilversum. Joshua “verdwijnt” graag in de wereld van de cellomuziek, op dit moment speelt hij etudes van Sebastiaan Lee en sonates van Vivaldi. Hij kijkt uit naar de ontmoeting met Johannes Moser – volgens de Deutsche Musikpreis ECHO de “instrumentalist van het jaar 2017”. Deze jonge solist heeft een missie: kinderen van de lagere school tot jongeren van het hoger onderwijs en daarbuiten bereiken met muziek. Joshua en zijn moeder zitten in Café Elling, een smalle straal zon schijnt op de tafel. Als Johannes Moser binnenkomt verschijnt er een klein glimlach rond Joshua’s lippen.

 

Focus

‘Hoe word je musicus?’ wil Joshua meteen weten zodra Johannes aan tafel zit. Johannes kijkt de jongen aan, Joshua’s haar valt op, het is pikzwart, borstelig, één lange haarpluk ligt op zijn schouder, zijn bril oogt zwaar vanwege de dikte van de glazen.

‘Hij is niet zo goed met praten,’ zegt moeder Genie, ze glimlacht en legt haar hand op de arm van haar zoon.

‘Dat is meteen een goede vraag,’ zegt Johannes, ontspant en lacht. ‘Als je met je buik denkt, weet je of je van muziek houdt of niet. Of je een instrument wilt spelen, dat wijst zich vanzelf, hier binnen.’ Johannes houdt zijn rechterhand op zijn maag. Joshua kijkt naar Johannes,  zwijgt en pakt een gevouwen A4’tje uit zijn broekzak. Genie schiet meteen te hulp, ze vertelt dat Joshua alle vragen opgeschreven heeft. Johannes wil het papier uit zijn handen nemen maar Joshua legt het op tafel. Johannes pakt het op, vouwt het open en leest hardop voor: ‘Hoe bouw je de energie voor cellospelen op?’

Hij lacht kort.

‘Door sporten, iedere dag een paar push-ups en een goede training. Doe jij aan sport?’ vraagt Johannes, zet zijn ellebogen op tafel en komt dichterbij de jongen zitten.

‘Karate,’ antwoordt Joshua, zijn vingers beginnen onzichtbare deeltjes van zijn trui te plukken en hij duwt zijn rug nog meer naar achteren.

‘Eigenlijk maakt het niet zoveel uit aan welke sport je doet, het belangrijkste is focus op hoe je met energie omgaat. Energie bepaalt de kwaliteit van alles wat je doet en beleeft, die mag je nooit zomaar weggeven.’

 

Geheim

Johannes praat rustig verder.

‘Mijn cellodag begin ik met toonladders, c-majeur om in dialoog met het instrument te komen, dan es-majeur, de toonsoort van Sjostakovitsj’ Eerste Celloconcert, dat ik morgen in het concert morgen met het Radio Filharmonisch Orkest ga spelen. Dan volgen d-majeur, enzovoort. Ik focus op de klank, hoe ik zit en hoe mijn vingers vandaag werken. De tonale wereld die ik op die manier binnenkom brengt me in contact met mijn muziek, het is net meditatie. Daarna pas kan ik me op studeren concentreren.’

‘Hoe lang?’ vraagt Joshua.

‘Vijf, zes uur ongeveer.’

‘Per dag?’ Joshua’s ogen worden groter.

‘Ja, maar het lukt me echt niet iedere dag, ik reis veel en als ik in Keulen op het conservatorium lesgeef, ben ik te moe om nog zo lang te studeren.’

Op het voorhoofd van de jongen verschijnt een diepe frons. Hij studeert slechts een klein uurtje per dag. Hoeveel tijd besteed hij aan wiskunde? Onlangs heeft hij een auto van Lego Technic delen gebouwd, die hij op afstand kon laten rijden. Hij droomt ook van een carrière als lego designer. De tijd die hij hieraan besteedt lijkt sneller te gaan.

‘Wat betekent het om musicus te zijn?’ vraagt hij opnieuw aan Johannes.

‘Lastig... het betekent vaarwel zeggen tegen je sociale leven en je thuis,’ zegt Johannes eerlijk, ‘ik ben gescheiden, mijn ex-vrouw had er moeite mee nummer twee te zijn. Muziek is voor een musicus altijd de allereerste liefde,’ Johannes stem klinkt nu lager, ‘eigenlijk heb je als solist al een relatie met je instrument. Met wie je in het echte leven samen bent, blijft  secundair, alsof je de schijn wilt ophouden dat je net zoals anderen kunt functioneren. Het blijft jouw geheim.’

 

Perfectie

‘Maar hoe werkt dat? Om een meester te zijn moet je perfect zijn,’ denkt Joshua hardop na.

‘Perfectie is een mythe, die bestaat niet,’ Johannes schuift op het puntje van zijn stoel en vouwt zijn handen samen. ‘Kijk, ik speel op een cello uit 1694, een instrument van Andrea Guarneri. Het hout heeft veel littekens, het is beschadigd en is zeker niet perfect – maar het leeft. Perfectie heeft iets doods over zich, dat komt omdat het onveranderd blijft. Ik geloof in voortgang, in verandering – in alles wat het leven uitmaakt. Sinds mijn kinderjaren ben ik gegrepen door de wisselwerking tussen het podium en het publiek, dat leeft, de wederkerende invloed op elkaars energie is pure mindblowing, inspiratie en verrijking van je geestkracht. Ik heb het Eerste Celloconcert van Sjostakovitsj misschien al 120 keer gespeeld maar het wordt nooit perfect en daar ben ik blij om.’

Joshua’s lippen bewegen alsof hij iets wil zeggen, Johannes kijkt naar hem. Na een korte pauze vertelt Joshua dat hij in het Cuypers Ensembles speelt en af en toe ook naar jazzmuziek luistert.

‘Ken je de muziek van de jazztrompettist Miles Davis?’ vraagt Johannes.

De jongen schudt zijn hoofd, ‘nee.’

‘Zou je kunnen doen, Davis zocht zijn hele muzikale leven naar vernieuwing in het jazzgenre, de Miles van 1950 is compleet anders dan Miles in de jaren tachtig, fascinerend! Vernieuwing is de weg om muziek levend te houden, niet perfectie, maar dat weet je nu wel. ’

‘Wij komen morgen naar het concert’, zegt Joshua voor het eerst ontspannen en lachend.

 

 

 

 

 

 

Deel dit artikel
RFO