Felicitaties voor Jan-Peter de Graaff

Jan-Peter de Graaff heeft een eerste prijs gewonnen bij het International Rostrum of Composers met zijn orkestwerk Le café de nuit. De NTR ZaterdagMatinee, voor wie hij dit werk componeerde, feliciteert de jonge componist daarmee van harte.

 

Belangrijke compositieprijs

Voor de 65ste keer kwamen de internationale radiomakers deze maand bijeen om composities te beoordelen die in het voorbije jaar geschreven en uitgevoerd zijn. In de ‘algemene’ categorie sleepte de IJslander Páll Ragnar Pálsson de eerste prijs in de wacht. Jan-Peter de Graaff (Terschelling, 1992) won in de enige andere categorie: ‘jonge componisten onder de 30’.

Dat is mooi nieuws voor De Graaff. Bij de prijs hoort onder andere een extra compositieopdracht van het Rostrum. Bovendien krijgt hij veel internationale aandacht: de twee winnende composities van 2017 werden 800 keer uitgezonden via (nationale) radiozenders die zijn verenigd bij de EBU, de European Broadcasting Association, of daarmee samenwerken.

Het is mooi nieuws ook voor de NTR ZaterdagMatinee. Hiermee bewijst de serie zich wéér als belangrijk initiator in de internationale nieuwe-muziekscene.

 

Companion piece bij Stravinsky’s Petroesjka

Le café de nuit beleefde op 13 januari 2018 zijn wereldpremière; het Residentie Orkest werd toen gedirigeerd door Nicholas Collon. Het stuk was nadrukkelijk bedoeld als een companion piece bij Petroesjka van Igor Stravinsky – in dit Matineeseizoen stonden composities centraal die direct of indirect met eerder geschreven muziek verbonden zijn.

 

Naar Van Gogh

Uit de programmatoelichting bij het concert:

Le café de nuit werkt naar een punt toe waarop twee werkelijkheden elkaar even overlappen: het moment vlak voor het ontwaken waarop je nog aan het dromen bent, maar je je tegelijkertijd realiseert dat je aan het dromen bent. (...) De Graaff studeerde in 2016 af aan het Koninklijk Conservatorium met de opera All Rise!, waar hij twee jaar aan werkte. Hij heeft een voorliefde voor muziek met een theatrale kracht, wil communiceren. Momenteel is hij bezig aan een opera rond Keizer Wilhelm II, die na zijn vlucht uit Duitsland een tijd lang vaststond bij het Limburgse grensstation van Eijsden.

“Ik componeer vaak eerst het einde van een stuk”, zegt hij. “Dat is een stip aan de horizon waar ik naartoe werk. Het is niet meer dan een flard, maar dan wel een concrete melodie, compleet met kleur en orkestratie. Ik heb me aangeleerd zo’n inval meteen op te schrijven in een schetsboek, in de vorm van tekst met een golfje of een krulletje. Het is een visuele bandrecorder. Als ik die notitie later zie, kan ik dat beeld weer in detail terughalen.”

 

Le café de nuit is geïnspireerd op het gelijknamige schilderij van Vincent van Gogh uit 1888. Hij portretteerde het café in Arles waar hij in die tijd boven woonde. Een plek waar misdadigers ’s nachts samenkwamen om plannen te beramen, aldus De Graaff, “maar ook een plek om je zorgen te verdrinken. Om met Midas Dekkers te spreken, een plaats om de wereld even achter je te laten; maar de echte wereld verdwijnt niet. In mijn stuk is het een muzikale roes waarin binnen- en buitenwereld met elkaar versmelten. Dat levert een innerlijke spanning op die uiteindelijk niet vol te houden is. Het gevolg is dat de muziek implodeert.”

Maar voor het zover is, opent De Graaff na een korte koortsachtige introductie (als een achtervolging in een droom) de deur naar het café met strijkers die een rokerige walm door de ruimte laten zweven, en een jazzy trio van piano, bas en drums die ritmisch net niet op elkaar aansluiten. “Net zoals […] Stravinsky het publiek in Petroesjka een jaarkermis met feestgangers voortovert, zo roep ik het beeld op van het interieur en de bezoekers van een Frans nachtcafé door de ogen van Vincent van Gogh. Je kunt de elementen in het schilderij met de klok mee zien als een partituur: de man die in slaap gevallen is, een stel gokkers, de barkeeper, een stelletje dat vrijwel zeker niet getrouwd is, het licht dat uit de keuken komt, de olielampen boven het biljart. Daarin landt een citaat uit Petroesjka, een fragment uit de dans van de koetsiers met een dance beat, waardoor het tafereel zich verplaatst naar onze tijd.”

De Graaff ziet dit spel met werkelijkheden als een cinéma vérité, zoals de mensen die in Stravinsky’s Les noces een Russische bruiloft naspelen, of Maurice Ravel die zijn Tombeau de Couperin baseerde op de herinnering aan iemand die Couperin speelde, maar in de muziek toch als Ravel blijft klinken. Hij zet zich af tegen de stelling van het postmodernisme dat er geen absolute waarheid bestaat. “Die is er wel, alleen bevatten wij die niet omdat we alles zien binnen ons persoonlijke kader. Maar juist omdat je niet alles weet, kan de fantasie ermee op de loop gaan. Muziek kan daar een rol in spelen. Die kan parallellen trekken, gedachtesprongen maken, zoals dat in dromen ook gebeurt. Dat is een prachtig en fascinerend gegeven.”

(uit de toelichting door Michiel Cleij)

 

U kunt het complete concert van 13 januari 2018 in de NTR ZaterdagMatinee hier terugluisteren. 

 

 

Deel dit artikel